
Autofotografie draait om meer dan alleen een mooie auto op de foto zetten. De juiste hoek, belichting, achtergrond en compositie kunnen het verschil maken tussen een gewone foto en een professioneel ogende autoproductie. Of je nu een sportwagen, klassieker, daily driver of eigen auto fotografeert: met een paar praktische technieken kun je direct betere resultaten behalen.
Een auto heeft bovendien veel verschillende vormen, lijnen en reflecties. Juist daarom is het belangrijk om vooraf na te denken over hoe je het voertuig in beeld wilt brengen. Met de juiste voorbereiding kun je zelfs met een relatief eenvoudige camera of smartphone indrukwekkende foto's maken.
De locatie heeft veel invloed op het eindresultaat. Een mooie auto komt bijvoorbeeld beter tot zijn recht op een rustige plek dan op een parkeerplaats vol andere auto's. Zoek bij voorkeur naar een achtergrond die niet te veel aandacht opeist. Denk aan een lege weg, een industrieel gebied, een parkeergarage, een bosrijke omgeving of een moderne stad. Let daarbij niet alleen op wat er achter de auto staat, maar ook op de grond en de omgeving rondom het voertuig.
Een rustige achtergrond zorgt ervoor dat de auto het belangrijkste onderwerp blijft. Ook het tijdstip waarop je fotografeert is belangrijk. Vlak na zonsopkomst of voor zonsondergang krijg je zachter en warmer licht. Dit wordt vaak gebruikt bij professionele autofotografie omdat harde schaduwen hierdoor worden beperkt.
Dit klinkt misschien vanzelfsprekend, maar een schone auto maakt enorm veel verschil. Stof, modder, vingerafdrukken en vuil vallen op foto's vaak veel sterker op dan wanneer je de auto in het echt bekijkt. Maak daarom niet alleen de carrosserie schoon, maar besteed ook aandacht aan de velgen, banden, ramen en het interieur als je daar foto's van maakt. Controleer daarnaast of er geen losse spullen in de auto liggen. Een rommelig interieur kan een verder professionele fotoserie snel minder aantrekkelijk maken.
Een van de belangrijkste onderdelen van autofotografie is het kiezen van het juiste camerastandpunt. Fotografeer een auto niet uitsluitend recht van voren of van de zijkant, maar probeer verschillende posities uit. Een laag camerastandpunt kan een auto bijvoorbeeld groter, breder en krachtiger laten lijken. Dit werkt vooral goed bij sportieve auto's. Door de camera dichter bij de grond te plaatsen, kun je bovendien interessante lijnen in de carrosserie benadrukken. Een iets hoger standpunt kan juist geschikt zijn wanneer je meer van het dak en de vorm van de auto wilt laten zien. Probeer ook foto's te maken vanuit hoeken van ongeveer 45 graden. Hierbij zie je vaak zowel de voorkant als de zijkant van de auto. Dit is een klassieke compositie die bij veel verschillende auto's goed werkt.
Auto's hebben grote oppervlakken van metaal, glas en lak. Daardoor reflecteert een auto vrijwel alles uit zijn omgeving. Dat kan zowel een voordeel als een probleem zijn. Een mooie omgeving kan interessante reflecties opleveren, maar een fotograaf, lantaarnpaal of gebouw op een verkeerde plek kan juist storend zijn. Loop daarom rond de auto voordat je begint met fotograferen. Kijk hoe het licht op de lak valt en waar de omgeving in de carrosserie wordt weerspiegeld. Soms hoef je hiervoor alleen een paar stappen naar links of rechts te zetten om een veel betere foto te krijgen.
Hard midden-op-de-daglicht is vaak lastig voor autofotografie. De zon staat dan hoog en kan harde schaduwen en felle reflecties veroorzaken. Tijdens de ochtend en avond is het licht meestal zachter. Vooral het laatste uur voor zonsondergang kan erg interessant zijn. De carrosserie krijgt dan een warme uitstraling en de lucht kan voor een mooie achtergrond zorgen. Ook bewolkt weer hoeft geen probleem te zijn. Wolken werken als een enorme softbox en zorgen voor gelijkmatig licht. Hierdoor kun je soms juist heel strak uitziende foto's maken.
Als je met een camera fotografeert, kun je met de instellingen veel invloed uitoefenen op het resultaat. Een relatief lage ISO-waarde, bijvoorbeeld ISO 100, zorgt meestal voor een schoon en gedetailleerd beeld wanneer er voldoende licht aanwezig is. Gebruik vervolgens een sluitertijd die snel genoeg is om bewegingsonscherpte door het vasthouden van de camera te voorkomen.
Met het diafragma kun je bepalen hoeveel van de foto scherp is. Bij foto's waarbij de volledige auto scherp moet zijn, kan een iets kleiner diafragma handig zijn. Wil je juist de achtergrond onscherp maken, dan kun je een groter diafragma gebruiken. Fotografeer je in RAW, dan heb je achteraf bovendien meer mogelijkheden om de belichting, kleuren en details te bewerken.
Een goede fotoserie bestaat niet alleen uit foto's van de volledige auto. Details kunnen een auto juist karakter geven. Maak bijvoorbeeld foto's van de velgen, koplampen, grille, logo's, uitlaat, remklauwen of bijzondere lijnen in de carrosserie. Bij een interieur kun je denken aan het stuur, dashboard, schakelpook, stoelen of infotainmentsysteem. Door overzichtsfoto's af te wisselen met detailfoto's ontstaat een veel interessantere serie.
Blijf tijdens een fotoshoot niet op één plek staan. Loop rondom de auto en bekijk steeds opnieuw welke compositie het beste werkt. Maak dezelfde foto bijvoorbeeld vanuit verschillende hoogtes en afstanden. Achteraf kun je dan bepalen welke versie het sterkst is. Let daarbij ook op de stand van de wielen. Bij stilstaande auto's kan het soms mooier zijn om de voorwielen iets richting de camera te draaien. Hierdoor worden de velgen beter zichtbaar en krijgt de auto een actievere uitstraling.
Ook een goede autofoto kan profiteren van nabewerking. Programma's zoals Lightroom en Photoshop kunnen worden gebruikt om belichting, contrast, kleuren en details te verbeteren. Probeer hierbij wel natuurlijk te blijven. Te veel contrast, verzadiging of scherpte kan ervoor zorgen dat de foto onnatuurlijk oogt. Let vooral op de reflecties en hooglichten op de carrosserie. Bij een zwarte auto kunnen bijvoorbeeld snel details verdwijnen in de schaduwen, terwijl een witte auto juist gemakkelijk overbelicht raakt.
Professionele autofotografie begint uiteindelijk niet bij het indrukken van de sluiterknop, maar bij de voorbereiding. Kies een geschikte locatie, fotografeer op het juiste moment van de dag en zorg ervoor dat de auto schoon is. Experimenteer vervolgens met verschillende camerastandpunten, let goed op reflecties en maak naast overzichtsfoto's ook interessante detailfoto's. Door na afloop zorgvuldig na te bewerken, kun je een gewone fotoshoot veranderen in een professionele serie. Het belangrijkste is vooral om veel te oefenen. Hoe vaker je verschillende auto's en omstandigheden fotografeert, hoe beter je leert herkennen welke hoek, compositie en belichting het beste bij een auto passen.
ISO uitgelegd: wanneer gebruik je een hoge of lage ISO? Lees hier meer!